Het industrieel Atrium |Connecting industrial history

Kenniscentrum voor industrieel erfgoed |Documentatie, Informatie, Expositie

Nedschroef

Preview van de bedrijfsfilm is gemaakt door de mediagroep van Industrieel Erfgoed Helmond

Van spijkers, bouten en moeren tot boltmakers toe

Rond het midden van de 19de eeuw was de textielnijverheid het overheersende middel van bestaan in Helmond en omgeving. Naast de landbouw en de gebruikelijke ambachtelijke ondernemers als brouwers, metselaars en molenaars waren er vooral en overal thuiswevers met hun hulpen. Echte fabrieken waren er amper. Alleen de kunstwolfabriek te Aarle-Rixtel en de katoendrukkerij van Van Vlissingen mochten die naam hebben. Zij beschikten dan ook over stoomkracht.
Toch was er voor de goede verstaander het geluid van een andere, nieuwe tak van nijverheid al te horen. En wel op de Donk. Daar was sinds 1842 een handnagelsmederij gevestigd. De oprichter, de timmerman en aannemer Piet van Thiel, zou geïnspireerd zijn door het bedrijf dat Petrus Regout enkele jaren eerder te Maastricht had opgericht. En die had op zijn beurt weer de spijkerbedrijfjes in het Luikse als voorbeeld gehad.

De drie gebroeders Van Thiel

Het spijkermakerijtje werd, zoals toen veelal gebruikelijk was, gecombineerd met andere bedrijfsactiviteiten die in dit geval er weinig mee van doen hadden: een korenmolen en een linnenweverij. De grondlegger nam na verloop van tijd zijn twee veel jongere broers op in de zaken. Maar deze twee, Hendrik en Martinus, hadden het op gegeven moment wel gezien en zagen eigen, nieuwe kansen. In 1871 begonnen zij een eigen bedrijf op gepaste afstand, te Helmond. Deze groeiende industriestad bood niet alleen dezelfde gunstige mogelijkheden tot aan- en afvoer voor grondstoffen en eindproduct, maar had ook een groter achterland waar arbeidskrachten geworven konden worden. Bovendien waren enkele Helmondse ondernemers al een aantal jaren bezig met de fabrieksmatige vervaardiging van draadnagels.
De twee gebroeders, Martinus en Hendrik

De Gebrs. van Thiel richtten een stoomdraadnagelfabriek en een handnagelmakerij op, maar hun belangrijkste bedrijfsonderdeel vormde een stoomlinnenweverij. Grof jute- en linnenweefsels voor behangsels en pak- en zaklinnen werden er vervaardigd. Er zat groei in de zaken: de verschillende bedrijven ondergingen diverse keren uitbreidingen. Na 20 jaar was de onderneming dermate omvattend en de gezinnen van beide firmanten dusdanig aangegroeid dat het tot een scheiding van zaken kwam. De oudste vennoot, Martinus, ging verder onder de oude bedrijfsnaam, de Gebr. Van Thiel, Hendrik onder zijn eigen naam met zijn zonen als compagnons.
Hendrik & zonen

Bij de scheiding was de jute- en linnenweverij aan Hendrik toebedeeld, naast de klinknagelafdeling. Volgens het ontbindingscontract mocht hij pas 3 jaar later zich weer met de fabricage van bouten, moeren en aanverwante artikelen bezighouden. Dat gebeurde inderdaad vanaf 1894, welk jaar binnen de Nedschroef, het bedrijf dat de opvolger is, als oprichtingsjaar wordt beschouwd. De linnenweverij werd qua werkgelegenheid al spoedig overvleugeld als het belangrijkste onderdeel van de fa. H. van Thiel en Co. Met de verkoop van het eerste bedrijfsonderdeel aan de fa. J.H. van Puijenbroek te Goirle, midden 1907, werd de keuze voor verdere groei in de metaalafdeling gemarkeerd. Daar hadden inmiddels de nodige ontwikkelingen plaatsgevonden en was de mechanisering goed op gang gekomen. Nou ja, goed: een rond 1900 bezoekende Amerikaanse collega-fabrikant was niet echt onder de indruk. Maar voor Nederlandse begrippen stond hier rond 1910 een heel behoorlijk bedrijf dat qua werkgelegenheid de concurrentie ondertussen achter zich liet. Het aantal arbeiders in de metaalafdeling nam toe van 50 in 1894 tot 259 in 1907. In 1893 was het voormalige bedrijfscomplex van HP Prinzen & Co aan de Kanaaldijk NW, waar naast kuipen ook draadnagels waren vervaardigd, overgenomen. Dat is sindsdien de thuisbasis van de Nedschroef gebleven, hoewel het oorspronkelijke pand in 1902 door brand werd verwoest. De vijf zonen van Hendrik kregen allen een taak binnen het bedrijf dat zich dan ook verder bleef ontwikkelen na de dood van de grondlegger, in 1902. Na het overlijden van de oudste firmant, Willem van Thiel, zetten zijn vier overgebleven broers in 1913 de zaken voort als de NV Nederlandsche Schroefboutenfabriek.

Katholieke geest

De familie Van Thiel was diep gelovig katholiek. Uit hun midden zijn dan ook veel zusters en priesters voortgekomen. Op hun bedrijven heerste een ware katholieke geest. Zo werden de werklieden bij de Nedschroef bij ziekte van een van de patroons opgeroepen de rozenkrans te bidden. Bij het overlijden van (oud)collega's werd gecollecteerd voor een H. Mis. En op Goede Vrijdag werd de hele fabriek een minuut stilgezet om stilte voor een gebed. Leerjongens gingen een keer per week onder werktijd naar de godsdienstles.

Desalniettemin was de bedrijfsvoering vrij karig en sober. Nedschroef was zeker geen koploper wat sociale voorzieningen betrof. Zo werd begin jaren '20 - een drukke tijd - de traditionele vakantieweek bekort tot 3 dagen. Vanwege eenzijdige loonsverlagingen kwam het in 1921 en 1934 tot arbeidsconflicten.

Expansie & krimp

De stormachtige groei in werkgelegenheid kwam tijdens de Eerste Wereldoorlog vrij abrupt tot stilstand. Om het drastisch geslonken arbeidersbestand toch nog aan werk te houden werd onder Asten een turfveld ontgonnen. Na 1918 volgde een wederopbloei, waarbij in de jaren '20 met 400 man & vrouw weer bijna het vooroorlogse hoogste niveau van personeelsbezetting werd bereikt. De jaren '30 echter betekenden een forse teruggang in de werkgelegenheid, die later weer wat bijtrok: van 158 personen in 1935 tot 320 aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog.
De mechanisering en modernisering gingen ondertussen gestaag door. In 1912 had men een eigen elektriciteitscentrale opgericht, die onder meer de 1,7 km lange transportbaan aandreef die in 1918 werd geïnstalleerd. En intussen kreeg men de productietechniek steeds meer in eigen vingers: in 1929 kwam een eerste zelfgebouwde moerenmachine in gebruik, 1 jaar later volgde een automatische warmstuiker van eigen fabrikaat. De internationale concurrentie was ondertussen moordend: Nederland diende als dumpingland voor de omringende producenten. Voor de productie en afzet in eigen land kwam er een verkoopkartel, gevolgd in de jaren '30 door een internationaal draadkartel.


Wederopbouw

Ook de Nedschroef profiteerde aanvankelijk volop van de industriële opbloei na afloop van de bezetting. Een belangrijke stimulans vormde daarbij de zelf ontwikkelde productiemiddelen die zeer succesvol bleken. In 1949 werd voor de octrooien op dit gebied zelfs een aparte maatschappij opgericht, die onder meer de licenties verkocht. De warmmoerenpers ofwel hot nut machine, naar een ontwerp van Janus van Haandel, was, ook internationaal, een groot succes. De machinebouwactiviteiten werden echter rond 1960 grotendeels overgebracht naar het dochterbedrijf te Herentals. Zo'n 10 jaar later werd zelfs de gehele machinefabricage, inclusief de ovenbouw, daar geconcentreerd. Mede door de verdergaande mechanisering en specialisering liep de werkgelegenheid langzaam terug in die periode, nadat midden jaren '60 nog tientallen Spaanse gastarbeiders waren binnengehaald. Maar midden jaren '70 hoorde de Nedschroef met bijna 700 man personeel tot de grootste bedrijven in de stad.


Teruggang en heroriëntering

Rond 1980 kwam de Nedschroef in zwaar weer terecht. In 1982 en 1983 vielen er fikse ontslagen. Maar deze inkrimping kon niet voorkomen dat het bedrijf in de rode cijfers bleef. Dankzij forse overheidssteun kon een grootscheeps moderniseringsprogramma gerealiseerd worden. Het bedrijf kroop weer uit het dal, zij het in afgeslankte vorm wat betreft het Helmondse productiebedrijf. Dat werd in de loop van de volgende jaren een onderdeel van een steeds uitbreidender conglomeraat op het gebied van de productie van bevestigingsartikelen ofwel fasteners. Het beheer en bestuur daarvan werd ondergebracht in een aparte holding, die de naam koninklijk mocht voeren, mede vanwege de eeuwlange voorgeschiedenis van het moederbedrijf. Momenteel maken 13 productiebedrijven in diverse Europese landen onderdeel uit van deze holding, die nog altijd gevestigd is aan de Kanaaldijk te Helmond. Nedschroef Helmond is daarbij gespecialiseerd in hoogwaardige bevestigingsartikelen zich voor de automotive industrie, waarbij kwaliteit en levertijd centraal staan.